Ervoor zorgen dat kinderen weer lekker slapen

HET VERHAAL VAN ABDELHAMID

Abdelhamid grijpt naar de afstandsbediening van zijn televisie en gaat rechtop zitten op de bank. Zijn voorhoofd gloeit van de koorts en zijn lichaam voelt alsof het zojuist de marathon heeft gelopen. Het is zondagmiddag 15 maart. Er is een speciale persconferentie aangekondigd die hij niet wil missen.

Als minister Slob het woord neemt luistert hij met ingehouden adem. “Veel onderwijspersoneel is ziek. Het onderwijs is daardoor bijna niet meer te organiseren en de veiligheidsrisico’s nemen toe…de scholen gaan vanaf morgen dicht.” Het hoge woord is eruit, Abdelhamid laat zijn hoofd hangen. Het betekent dat ook zijn Studiezalen voorlopig gesloten zijn. Hij kijkt naar zijn dochtertje. Ze zit rustig te spelen op het kleed voor zijn voeten terwijl ze zacht een liedje neuriet. In alle rust, zich van geen crisis bewust, zoals dat voor een kind van haar leeftijd hoort te zijn. Hoe anders zal dat de komende weken worden voor de 700 kinderen die normaal naar zijn Studiezalen komen.

De kinderen komen hier voor huiswerkbegeleiding, maar krijgen ook levensbegeleiding.


Abdelhamid

In 2011 opende Abdelhamid de eerste Studiezaal in ‘zijn’ wijk Geuzenveld. Inmiddels zijn het er 26, verspreid over vier kwetsbare wijken in Amsterdam. Abdelhamid begeleidt er met zijn team na schooltijd liefdevol kinderen die het thuis, op school of in de wijk niet gemakkelijk hebben. Bij de Studiezalen bieden ze hen rust, veiligheid en gezelligheid. Helemaal kosteloos. De kinderen komen er voor huiswerkbegeleiding, maar krijgen ook levensbegeleiding. Over alles waar ze in hun jonge leven mee kampen kunnen ze met Abdelhamid en zijn lifecoaches praten. Daarnaast ontmoeten ze bij de Studiezalen allerlei andere kinderen. Zo bouwen ze meteen een eigen netwerk op dat hen kan helpen bij het waarmaken van hun dromen. Voor de korte termijn wil Abdelhamid er vooral voor zorgen dat al deze kinderen weer lekker kunnen slapen. Ze komen vaak uit grote gezinnen die samen leven in een kleine woonruimte. De ouders zijn veelal ongeschoold. Schulden, armoede en gezondheidsproblemen zijn aan de orde van de dag. En corona maakte het er thuis niet gemakkelijker op. Bij veel gezinnen viel hierdoor het inkomen weg en de kinderen zijn nu aan huis gekluisterd. Velen zijn gevangen in een gespannen sfeer en bang.

Abdelhamid tuurt voor zich uit. In zijn koortsige hoofd tuimelen de gedachten over elkaar heen. Ziek zijn is nu even geen optie. Hij moet gaan schakelen. Zijn vrouw ziet het met lede ogen aan. “Ab, nee, denk nu eens voor een keer aan jezelf. Je bent ziek”, zegt ze terwijl ze een hand op zijn schouder legt, maar tegelijkertijd weet ze dat haar man op een moment als dit niet te stoppen is. “We gaan meteen online”, hoort ze hem roepen als ze – hoofdschuddend – richting de keuken loopt. Het moment erop duikt Abdelhamid naar zijn mobiele telefoon.
Hij groeide zelf op in Geuzenveld en zijn ouders hadden het niet breed, toch gaven ze hem een warme en liefdevolle opvoeding. Door hen zag hij hoe gemakkelijk het is om anderen te helpen en hoeveel voldoening dat geeft. Zijn vader leerde hem bovendien nooit op te geven. Geld voor een laptop was er bijvoorbeeld niet toen hij naar de universiteit ging. Toch schopte hij het tot bouwkundig ingenieur. Het is een verhaal dat hij de kinderen van de Studiezalen nog regelmatig vertelt. De wilskracht die hem dit bracht komt ook nu van pas.

Iedereen is het liefst
de held in het verhaal.


Abdelhamid

Helaas ontdekt Abdelhamid al snel dat online doorgaan de oplossing niet is. Het probleem? Veel van de gezinnen hebben helemaal geen laptop, laat staan toegang tot het internet. Daarom besluit hij met zijn team een belrondje te maken. Gewoon om eens te vragen hoe het gaat en om te polsen waar de gezinnen het meest mee geholpen zijn. Het is nu een geluk dat ze deze mensen goed kennen.
Ze starten met de families waar ze zich de grootste zorgen om maken. Het antwoord dat ze op de eerste telefoontjes terugkrijgen is verrassend: “Niets aan de hand. Alles prima.” Ze horen het alleen zo vaak dat er iets niet lijkt te kloppen, daarom besluit het team de vraagstelling aan te passen. “Heb je misschien boodschappen of een laptop nodig”, opperen ze nu. Maar zelfs van gezinnen die ze al jaren kennen en waarvan ze weten dat ze het moeilijk hebben, blijven ze terugkrijgen: “Nee hoor, niets nodig”.

Het team is er niet gerust op. De kans is groot dat schaamte een rol speelt. Dus passen ze opnieuw hun vraagstelling aan. Door de telefoon klinkt vanaf dat moment: “Kent u iemand die het moeilijk heeft en die geholpen is met wat boodschappen of een laptop?” Die vraag zorgt ervoor dat allerlei mensen zelf gaan bellen, tot diep in de nacht. Ze vertellen over hun buren, een familielid of goede vrienden. Allemaal willen ze een ander helpen. Zelf om hulp vragen vinden ze moeilijk. Abdelhamid weet hoe gevoelig dit ligt. Vreemd is het niet. Iedereen is immers het liefst de held in het verhaal. Wat hij de kinderen die bij hem komen alleen leert is dat je ook een held bent als je voor jezelf durft op te komen. Dat inzicht deelt het team van Studiezalen nu met hun ouders.

Uiteindelijk komen er zoveel telefoontjes binnen dat Abdelhamids mobieltje overbelast raakt en hij haastig een nieuwe moet gaan regelen. De problemen blijken groter dan verwacht. Een vrouw vertelt over haar alcoholverslaafde man die zijn baan is kwijtgeraakt en het leven in huis met vijf kinderen niet gemakkelijk maakt. Ook spreken ze een moeder wiens schoonmaakwerk ineens is gestopt. Ze schreeuwt ingehouden om hulp, onderweg naar de supermarkt, want thuis mag ze niet bellen. En een zeventienjarig meisje appt Abdelhamid heimelijk of hij haar vader alsjeblieft met een excuus wil bellen, want hij durft zelf niet om hulp durft te vragen. De gesprekken hakken erin bij het team. Als ze de verhalen met elkaar bespreken vloeien er tranen. Ondertussen blijven de aanvragen binnenstromen. Wat moeten ze doen?

Het mooie van iets doen voor een ander is dat er ook iets landt in je eigen hart.


Abdelhamid

De wanhoop maakt al snel plaats voor een ongekende geestdrift. Abdelhamid denkt aan de lessen van zijn vader en zet zijn koortsige schouders eronder. Hij schakelt zijn netwerk in om snel tot oplossingen te komen. Wat helpt is dat hij in 2019 Amsterdammer van het Jaar was. Hij begint met het regelen van internet voor alle gezinnen, geholpen door KPN. Zijn collega Samil gaat met een team van Studiezalen mensen helpen de internetpakketten te installeren. De gemeente Amsterdam, ABN Amro, Allemaal Digitaal en de Linda Foundation zorgen voor honderden laptops en als Abdelhamid daarover een post zet op LinkedIn bieden ook andere afgeschreven laptops kosteloos aan. De energie van de Amsterdammer lijkt door tal van mensen uit zijn omgeving te worden overgenomen. Van alle kanten komt hulp.

De vrijdag erop stapt een vrouw het kantoor van de Studiezalen binnen. Of ze ergens boodschappen kan neerzetten die ze voor gezinnen die het moeilijk hebben heeft gehaald? Ze sluist maar liefst achttien tassen naar binnen. Tot de nok toe gevuld. Van pasta tot tandpasta en maandverband, aan alles heeft ze gedacht. Abdelhamid kan zijn ogen niet geloven en maakt direct een foto van de gulle gift om een bericht online te kunnen plaatsen. De vrouw wil haar naam er alleen niet in vermeld zien. Wat voor haar belangrijk is dat enkele gezinnen nu weer even vooruit kunnen. Het bericht van Abdelhamid wordt talloze keren bekeken en gedeeld. Ook Erik Traa, directeur Marktteams van de Rabobank Amsterdam, komt het onder ogen. Hij hangt meteen aan de telefoon. Of Abdelhamid en hij samen snel een keer een kop thee kunnen drinken?

Enkele dagen later vertelt Erik op het kantoor van de Studiezalen, nippend aan een kopje thee, dat de Rabobank honderd voedselpakketten wil doneren, maar hij is ook benieuwd wat ze als bank verder kunnen betekenen voor de gezinnen. Abdelhamid en hij zijn het over een ding al snel eens: het zou het mooist zijn als ze de families niet even konden helpen, maar de hele coronacrisis lang. “Misschien is er een manier. Nederlandse boeren zitten momenteel met een gigantisch overschot van alleen al een miljard kilo aardappelen”, merkt Erik op.  “Laten we met hen eens gaan praten.”

Het liefst wil ik gezinnen
niet even helpen,
maar de hele coronacrisis lang.

Abdelhamid

Een groep boeren uit Flevoland is direct bereid om te helpen. Ze gaan voor 250 gezinnen elke twee weken een pakket leveren met tien kilo aardappelen en vijf kilo uien, aangevuld met kilo’s verse groenten en fruit. Ze zijn van plan hiermee door te gaan zolang de crisis duurt. Amsterdamse ondernemers steken er regelmatig nog iets extra’s bij. De een komt met vijf kilo kippenbouten per gezin, de ander met Turkse broden. Alles bij elkaar zit er zo in de pakketten voor elke gezin meer dan genoeg te eten voor twee weken.

Als opslag en inpakruimte mag Abdelhamid een grote loods van ondernemersvereniging Oram gebruiken. En dat is maar goed ook, want als de eerste lichting pakketten klaarstaat wordt duidelijk hoe groot dit gebaar richting de noodlijdende Amsterdamse gezinnen is. Abdelhamid moet heel wat ferme stappen achteruit doen om de enorme berg voedselpakketten te kunnen overzien.

Motion Transport brengt de pakketten de volgende dag gratis naar Amsterdam West. Daar worden ze verspreidt vanuit een leegstaand winkelpand aan de Bos- en Lommerweg. Alle geselecteerde gezinnen mogen zelf een pakket komen ophalen. Om 14:00 uur stapt de eerste moeder schoorvoetend binnen. Als ze de enorme shoppers vol groenten en fruit ziet kijkt ze Abdelhamid verwonderd aan. Ze schiet vol. Is dit allemaal voor haar? Direct daarna rijst alleen een andere vraag: hoe gaat ze dit ooit meekrijgen?

Ze is niet de enige. De meeste mensen blijken te voet of met het openbaar vervoer te komen. En vaak zijn het moeders met hun kinderen. Gelukkig kan Abdelhamid rekenen op een heleboel helpende handen. Met zijn team en allerlei vrijwilligers uit de hele stad zorgen ze ervoor dat iedereen zijn pakket thuis krijgt. Abdelhamid beseft zich ondertussen wel dat hij nog iets te regelen heeft: bezorgingsfaciliteiten.

Hij werkt dag en nacht door. Vaak vanuit zijn auto om zijn collega’s van Studiezalen met zijn belletjes niet te storen. Als twee weken later de tweede ronde pakketten de deur uit kunnen is de bezorging geregeld. Vrijwilligers komen voorrijden met hun auto, van Cargoroo mogen ze vijf grote bakfietsen gebruiken en ook taxichauffeurs van Uber helpen mee. Mounir en Melek, vader en dochter, zijn de eersten die die vrijdagochtend vertrekken. Hun auto is door twee vrijwilligers zo volgepakt dat het lijkt of hij elk moment door zijn assen kan zakken. Er moet alleen nog een plekje gevonden worden voor een doos met kip. Ondertussen staat achter hen de volgende bus al klaar om volgeladen te worden en daarachter iemand met een elektrische bakfiets. Allemaal krijgen ze een route mee langs gezinnen in Amsterdam-Noord en Nieuw-West.

Abdelhamid is die avond pas laat thuis. Hij geeft zijn kinderen nog een welterustenkusje en kruipt dan in zijn bed. Aan het zachtjes rijzen en dalen van het lichaam van zijn vrouw ziet hij dat ze al in diepe slaap is. Als zijn hoofd zijn kussen raakt lijkt zijn lichaam van lood. Hij besluit alleen nog even de apps te lezen die hij die avond heeft gemist. Er staat een berichtje bij van het zeventienjarige meisje. Ze bedankt hem voor het telefoontje naar haar vader. “Slim gebracht, ik heb ons eerste voedselpakket vanmiddag opgehaald. Het was zooo welkom.” Abdelhamid glimlacht en sluit tevreden zijn ogen. Hij denkt aan alle blije gezichten van die dag. Van zijn eigen mensen, van alle vrijwilligers, van de betrokken bedrijven, van de gezinnen en vooral van alle kinderen. Vanuit het diepst van zijn hart wenst hij ze welterusten. Dan verzinkt hij in een diepe slaap.


Uiteindelijk zorgt Abdelhamid met zijn team voor 500 laptops voor kwetsbare gezinnen uit Amsterdam. Bovendien krijgen zij, dankzij de crisis, internet. Daarnaast ontstaat uit het voedselpakketteninitiatief van Studiezalen en de Rabobank de Stichting Boeren voor Buren. Die wil ervoor gaan zorgen dat Amsterdammers met een stadspas, een minimapas voor inwoners van de stad, met korting verse groenten kunnen kopen. Direct bij de boer, zodat die niet blijft zitten met zijn oogst.

Abdelhamid blijft er ondertussen van dromen om het aantal Studiezalen verder uit te breiden, zodat geen enkel Amsterdams kind meer op de wachtlijst hoeft en hij ook kinderen in andere steden kan helpen in zichzelf te geloven. Het enige dat hem tegenhoudt om deze droom te verwezenlijken is geld. Tot nu toe is hij namelijk afhankelijk van subsidies van de overheid.

Tekst en portret Abdelhamid: Stories by Dymph.
Foto’s bij tekst: Stichting Studiezalen.